Handelshuurovereenkomst van korte duur - modelformulier Pro · BE-NL-law

Valid in Belgium (Dutch) · drafted to comply with local law

Create your Handelshuurovereenkomst van korte duur - modelformulier for use in Belgium (Dutch). Answer a few plain-English questions and the document fills in automatically as you go — then download it in Word and PDF, ready to sign or share. This version has been professionally rewritten to comply with local law.

  • Answer 25 simple questions — the document fills in as you go
  • Live preview: watch your document update in real time
  • Download as Word (.docx) and PDF
  • Edit your answers and re-download anytime
Save to access it later, on any device.

Fill in the details

0/25

Type below — the document on the right updates as you go.

Handelshuurovereenkomst van korte duur - modelformulier
🔒The clauses below are blurred in the preview. Fill in your details, then pay once to unlock the full document and download it as Word & PDF.

HANDELSHUUROVEREENKOMST VAN KORTE DUUR

(huurovereenkomst van ten hoogste één jaar overeenkomstig artikel 2, derde lid, van de wet van 30 april 1951 op de handelshuurovereenkomsten)

TUSSEN DE ONDERGETEKENDEN:

________, geboren op ________ te ________, met rijksregisternummer ________, en met woonplaats te:

________;

hierna de "Verhuurder",

EN

________, met maatschappelijke zetel gevestigd te:

________,

ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder ondernemingsnummer ________, en hierin rechtsgeldig vertegenwoordigd door ________, in de hoedanigheid van ________;

hierna de "Huurder",

de Verhuurder en de Huurder hierna gezamenlijk de "Partijen" en elk afzonderlijk een "Partij" genoemd,


WERD OVEREENGEKOMEN HETGEEN VOLGT:

ARTIKEL 1. VOORWERP

§ 1. De Verhuurder verhuurt aan de Huurder, die aanvaardt, ten titel van handelshuur in de zin van de wet van 30 april 1951 op de handelshuurovereenkomsten, het goed gelegen te:

________;

§ 2. Het goed werd door de Partijen zorgvuldig bezocht en kan als volgt worden beschreven:

________;

hierna het "Goed".

§ 3. Het Goed wordt verhuurd in de staat waarin het zich bevindt, die de Huurder verklaart te kennen en te aanvaarden.


ARTIKEL 2. AARD VAN DE OVEREENKOMST

§ 1. De Partijen verklaren uitdrukkelijk dat deze overeenkomst een handelshuurovereenkomst van korte duur betreft, gesloten voor een duur die, met inbegrip van eventuele schriftelijke verlengingen, één jaar niet overschrijdt, en dat zij om die reden, overeenkomstig artikel 2, derde lid, van de wet van 30 april 1951, niet onderworpen is aan de dwingende bepalingen van deze wet inzake de minimumduur van negen jaar, de hernieuwing van de huur en de huurprijsherziening.

§ 2. Indien de Partijen na het verstrijken van de overeengekomen termijn een nieuwe huurovereenkomst sluiten of de Huurder het Goed met medeweten van de Verhuurder verder in gebruik houdt, en de totale duur daardoor één jaar overschrijdt, wordt de huur, behoudens andersluidend schriftelijk akkoord, geacht te zijn aangegaan voor negen jaar te rekenen vanaf de aanvangsdatum van de eerste overeenkomst, met volledige toepassing van de dwingende bepalingen van voormelde wet.


ARTIKEL 3. PLAATSBESCHRIJVING

§ 1. Bij het sluiten van de overeenkomst wordt door de partijen een omstandige en tegensprekelijke plaatsbeschrijving opgemaakt, waarvan de kosten gelijk worden verdeeld tussen de Partijen en die als bijlage bij deze overeenkomst wordt gevoegd om er integraal deel van uit te maken.

§ 2. De plaatsbeschrijving bij het einde van de huur, waarvan de kosten eveneens gelijk tussen de Partijen worden verdeeld, wordt opgemaakt nadat het Goed is ontruimd en vóór de teruggave van de sleutels aan de Verhuurder.

§ 3. Overeenkomstig artikel 1730 van het oud Burgerlijk Wetboek wordt de Huurder geacht het Goed terug te geven in de staat waarin hij het volgens de plaatsbeschrijving heeft ontvangen, behoudens hetgeen door ouderdom of overmacht is tenietgegaan of beschadigd.


ARTIKEL 4. BESTEMMING VAN HET GOED

§ 1. De huur van het Goed wordt toegekend voor het volgende gebruik:

________.

§ 2. De Huurder mag deze bestemming niet wijzigen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Verhuurder.


ARTIKEL 5. DUUR

§ 1. De huur vangt aan op ________ en is gesloten voor een duur van ________ maanden, die in geen geval, ook niet door verlenging, één jaar mag overschrijden.

§ 2. De huurovereenkomst eindigt van rechtswege bij het verstrijken van de overeengekomen termijn, zonder dat enige opzegging vereist is.

§ 3. Iedere verlenging van de overeenkomst dient schriftelijk en aan dezelfde voorwaarden te geschieden, met inachtneming van artikel 2 van deze overeenkomst.


ARTIKEL 6. OPZEG

§ 1. De Huurder kan de huurovereenkomst te allen tijde opzeggen, met inachtneming van een opzegtermijn van één maand, bij aangetekende brief of bij deurwaardersexploot, zonder tot enige schadevergoeding gehouden te zijn.

§ 2. De opzeggingstermijn gaat in op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de opzegging is ontvangen.


ARTIKEL 7. HUURPRIJS

§ 1. De huurovereenkomst wordt toegekend voor een huurprijs van ________ EUR per maand, exclusief kosten en lasten.

§ 2. Behoudens andersluidende instructies van de Verhuurder betaalt de Huurder de huur overeenkomstig de volgende modaliteiten:

________,

op de bankrekening met IBAN ________, op naam van ________.

§ 3. De huur is maandelijks vooraf betaalbaar, uiterlijk de ________ dag van elke maand.


ARTIKEL 8. KOSTEN EN LASTEN

§ 1. Naast de huur worden aan de Huurder geen extra kosten in rekening gebracht.

§ 2. Alle abonnementen en contracten met betrekking tot geïndividualiseerde diensten, inclusief doch niet beperkt tot kabeltelevisie, internet, telefoon, elektriciteit, gas, water of meterverhuur, vallen uitsluitend onder de verantwoordelijkheid van de Huurder, die zorg draagt voor de inschrijving op eigen naam en de tijdige betaling ervan.


ARTIKEL 9. HUURWAARBORG

§ 1. De Huurder is verplicht een waarborg te stellen voor de nakoming van zijn verplichtingen, in één van de volgende vormen:

  • een geblokkeerde rekening op naam van de Huurder bij een financiële instelling voor een bedrag van ________ EUR;
  • een betaling in handen van de Verhuurder van ________ EUR;
  • een bankwaarborg verstrekt door een financiële instelling voor een bedrag van ________ EUR;
  • het in pand geven van activa bij de Verhuurder voor een bedrag van ________ EUR.

§ 2. De waarborg wordt vrijgegeven of opgeheven, naargelang het geval, bij het einde van de huurovereenkomst, na aftrek van de eventueel verschuldigde bedragen, op voorwaarde dat de Huurder al zijn verplichtingen volledig en behoorlijk is nagekomen.

§ 3. Behoudens andersluidend akkoord van de Partijen geldt de vrijgave of opheffing van de waarborg niet als kwijting voor openstaande kosten, met uitzondering van de kosten die bij het einde van de huurovereenkomst worden vereffend. De waarborg mag in geen geval worden aangewend ter betaling van lopende huurgelden of lasten.

§ 4. De waarborg wordt gesteld in overeenstemming met de duur van de huurovereenkomst en op zulke wijze dat het opvragen ervan mogelijk is binnen de feitelijk of juridisch noodzakelijke termijn.

§ 5. De Huurder mag het Goed niet in gebruik nemen vooraleer de waarborg behoorlijk is gesteld, behoudens uitdrukkelijke toestemming van de Verhuurder.


ARTIKEL 10. INTERESTEN

§ 1. In geval van niet-tijdige betaling van krachtens deze handelshuurovereenkomst verschuldigde bedragen is de in gebreke blijvende Partij vanaf de vervaldag van rechtswege en zonder voorafgaande ingebrekestelling een interest verschuldigd gelijk aan de wettelijke interestvoet inzake betalingsachterstand bij handelstransacties, zoals bepaald in de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties en zoals bekendgemaakt door de FOD Financiën.

§ 2. De interest wordt telkens berekend voor de gehele begonnen maand.

§ 3. Indien een Partij de volledige of gedeeltelijke vrijgave van de huurwaarborg bij het einde van de huurperiode ten onrechte verhindert, is zij over het ingehouden bedrag dezelfde interest verschuldigd, na een ingebrekestelling die acht dagen zonder gevolg is gebleven, waarbij de interest telkens voor de gehele begonnen maand wordt berekend.


ARTIKEL 11. BELASTINGEN EN HEFFINGEN

Alle belastingen en heffingen, van welke aard ook, die door een overheidsinstantie op het Goed worden of zullen worden geheven, met uitzondering van de onroerende voorheffing die ten laste van de Verhuurder blijft, worden gedragen door de Huurder, in verhouding tot de duur van het gebruik.


ARTIKEL 12. REGISTRATIE VAN DE OVEREENKOMST

§ 1. De registratierechten en daarmee samenhangende kosten zijn ten laste van de Huurder, die de registratieformaliteit binnen de wettelijke termijn vervult overeenkomstig het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.

§ 2. Voor de inning van de registratierechten worden deze kosten geraamd op 0,20 procent van de huurprijs en de lasten voor de volledige duur van de overeenkomst.


ARTIKEL 13. ONDERHOUD EN HERSTELLINGEN

§ 1. Ten laste van de Verhuurder. De Verhuurder draagt de kosten van aanschaf, installatie en vervanging van de vereiste rookmelders, alsook van de grote herstellingen, andere dan de gewone huurherstellingen, aan het Goed, waaronder dak- en constructiewerken, structurele schilderwerken en werken aan het buitenschrijnwerk, overeenkomstig artikel 1720 van het oud Burgerlijk Wetboek.

Indien dergelijke herstellingen noodzakelijk zijn, stelt de Huurder de Verhuurder hiervan binnen een redelijke termijn op de hoogte, bij gebreke waarvan hij de door zijn nalatigheid veroorzaakte verergering van de schade draagt. Deze werken worden uitgevoerd zonder dat hiervoor enige vergoeding aan de Huurder verschuldigd is.

§ 2. Ten laste van de Huurder. De Huurder is verantwoordelijk voor de gewone huurherstellingen overeenkomstig de artikelen 1754 en volgende van het oud Burgerlijk Wetboek, alsook voor alle herstellingen die in beginsel aan de Verhuurder toekomen maar het gevolg zijn van zijn handelen of dat van een persoon voor wie hij instaat.


ARTIKEL 14. WERKEN EN RENOVATIES

§ 1. Alle werken tot verfraaiing, verbetering of transformatie van het Goed mogen door de Huurder slechts worden uitgevoerd met voorafgaande schriftelijke toestemming van de Verhuurder en, in voorkomend geval, van de bevoegde overheid. Deze werken worden uitgevoerd volgens de regels van de kunst en met inachtneming van alle toepasselijke wetgeving, voor rekening en risico van de Huurder, met ontheffing van elk risico voor de Verhuurder, en worden door de Verhuurder zonder vergoeding verworven, onverminderd het recht van de Verhuurder om bij het einde van de huur het herstel in de oorspronkelijke staat te eisen, tenzij anders overeengekomen.

§ 2. De Huurder mag in het Goed de voor zijn onderneming noodzakelijke verbouwingen uitvoeren onder de voorwaarden bepaald in de wet van 30 april 1951 op de handelshuurovereenkomsten.

§ 3. Alle werken of aanpassingen die door de bevoegde overheid op grond van wet- of regelgeving worden vereist om het Goed aan te passen of aangepast te houden aan het beoogde gebruik of de activiteit van de Huurder, vallen onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van de Huurder.

§ 4. In geval van wijziging of vervanging van de buitensloten of andere sluitingsmechanismen op initiatief van de Huurder, bezorgt deze aan de Verhuurder een volledige set sleutels of inrichtingen die de toegang tot of de sluiting van het Goed mogelijk maken in geval van dwingende noodzaak tot bescherming van het eigendom, de bijgebouwen en de aangrenzende, gemeenschappelijke of privé-eigendommen. Deze bepaling houdt geen kwijting in van enige verplichting opgelegd aan de Verhuurder of aan een orgaan van een mede-eigendom, noch sluit zij de verplichting uit om op grond van een mede-eigendomsbeslissing een set sleutels of gelijkaardig te verstrekken.


ARTIKEL 15. MILIEU EN STEDENBOUW

§ 1. De Huurder verklaart dat hij, met het oog op het beoogde of opgegeven gebruik van het Goed, alle nodige maatregelen heeft genomen en alle informatie heeft ingewonnen omtrent de naleving van de stedenbouwkundige en milieuwetgeving, onder meer betreffende de bestemming van de zone waarin het Goed is gelegen en de stedenbouwkundige en milieuvergunningen die voor de uitoefening van zijn activiteiten vereist zijn. De Verhuurder waarborgt geenszins de geschiktheid van het Goed voor de door de Huurder beoogde of opgegeven bestemming, behoudens in geval van omstandig stilzwijgen of bedrog.

§ 2. Eventuele boetes of lasten die voortvloeien uit de toepassing van deze wetgeving komen uitsluitend ten laste van de Huurder, behoudens binnen de in § 1 vermelde grenzen.

§ 3. De Huurder mag niets wijzigen aan de bestemming of de stedenbouwkundige voorschriften zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Verhuurder en van de bevoegde overheid. Alle kosten die de Verhuurder als gevolg van een inbreuk hierop zou moeten dragen, worden aan de Huurder doorgerekend.

§ 4. De Partijen erkennen dat er geen afvalstortplaats op het Goed mag worden ingericht. De Huurder draagt de kosten van alle verplichtingen die aan de Verhuurder worden opgelegd ten gevolge van de aanwezigheid van afval in het Goed bij het einde van de overeenkomst.

§ 5. De Verhuurder verklaart dat hij vóór deze overeenkomst geen enkele activiteit op het Goed heeft uitgeoefend of toegelaten die tot bodemverontreiniging kan leiden en dat hij geen kennis heeft van enige verontreiniging. Wordt verontreiniging ontdekt waarvan bewezen wordt dat zij dateert van vóór de aanvang van deze huur, dan is de Huurder niet gehouden tot de saneringskosten of de noodzakelijke maatregelen.

§ 6. De Verhuurder verklaart dat het Goed geen opslagtank voor koolwaterstoffen met een capaciteit van 3.000 liter of meer bevat. De Huurder mag geen dergelijke opslagtank in het Goed plaatsen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Verhuurder.


ARTIKEL 16. OVERDRACHT EN ONDERHUUR

Het is de Huurder niet toegestaan zijn rechten uit hoofde van deze overeenkomst over te dragen, noch het Goed geheel of gedeeltelijk onder te verhuren, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Verhuurder.


ARTIKEL 17. VERZEKERINGEN

§ 1. De Huurder verbindt zich ertoe gedurende de gehele duur van de huurovereenkomst een verzekeringspolis af te sluiten en in stand te houden ter dekking van zijn aansprakelijkheid voor brand, waterschade, ontploffing en alle aan het gebruik van het Goed verbonden risico's, met inbegrip van het verhaal van derden en van de Verhuurder. De Huurder legt op eerste verzoek van de Verhuurder het bewijs van deze verzekering en van de betaling van de premies voor.

§ 2. De Verhuurder verbindt zich ertoe het gebouw te verzekeren tegen brand en aanverwante risico's.

§ 3. De Partijen verklaren dat zij, voor zover de polissen dit toelaten, wederzijds afstand doen van verhaal binnen de grenzen die door hun respectieve verzekeraars worden aanvaard.


ARTIKEL 18. GENOT VAN HET GOED

§ 1. De Huurder zal het Goed gebruiken als een goed huisvader en het bestemmen voor het in artikel 4 omschreven gebruik. Hij onthoudt zich van elke activiteit of handeling die overlast, hinder of schade kan veroorzaken aan de Verhuurder, de buren of derden.

§ 2. De Huurder leeft de wetten, reglementen en verordeningen na die op het Goed en op zijn activiteit van toepassing zijn, alsook, in voorkomend geval, het reglement van mede-eigendom en het reglement van inwendige orde, waarvan hij verklaart kennis te hebben genomen.

§ 3. De Huurder stelt de Verhuurder onverwijld in kennis van elke beschadiging of elk gebrek aan het Goed dat herstellingen ten laste van de Verhuurder noodzakelijk maakt, bij gebreke waarvan hij aansprakelijk is voor de verergering van de schade.


ARTIKEL 19. TERBESCHIKKINGSTELLING EN TERUGGAVE VAN HET GOED

Bij het einde van de huurovereenkomst, om welke reden ook, is de Huurder verplicht het Goed te ontruimen en in goede staat van onderhoud terug te geven, zoals blijkt uit de bij de aanvang opgemaakte plaatsbeschrijving, behoudens de normale slijtage en de veroudering door ouderdom of overmacht. De Huurder geeft het Goed volledig ontruimd en gereinigd terug en overhandigt alle sleutels aan de Verhuurder. Eventuele huurschade wordt vastgesteld in de plaatsbeschrijving bij het einde van de huur en vergoed door de Huurder.


ARTIKEL 20. BEZOEK EN AANPLAKKINGEN

§ 1. De Verhuurder of zijn vertegenwoordiger heeft het recht het Goed te laten bezoeken door derden, gedurende drie dagen per week en telkens twee aaneengesloten uren, in de loop van de drie maanden voorafgaand aan het einde van de overeenkomst. De concrete tijdstippen worden in onderling overleg en te goeder trouw tussen de Partijen vastgelegd.

§ 2. Tijdens diezelfde periode laat de Huurder toe dat op de meest zichtbare plaatsen affiches worden aangebracht die de verhuur van het Goed aankondigen. Behoudens andersluidend akkoord ziet de Verhuurder erop toe dat deze affiches geen abnormale hinder voor de Huurder veroorzaken.

§ 3. De voorgaande paragrafen zijn eveneens van toepassing indien het Goed te koop wordt aangeboden, zelfs meer dan drie maanden voor het einde van de huurovereenkomst.

§ 4. De Verhuurder heeft tevens het recht om, na afspraak met de Huurder, de goede uitvoering van diens verplichtingen te controleren of het Goed te laten bezoeken door een vastgoedprofessional, makelaar, aannemer of architect.


ARTIKEL 21. WOONSTKEUZE EN KENNISGEVINGEN

§ 1. De Huurder kiest woonst op het adres van het Goed voor alle kennisgevingen of betekeningen in verband met deze huurovereenkomst en de gevolgen ervan. Bij het einde van deze huurovereenkomst kan hij de Verhuurder echter een ander Belgisch adres als woonstkeuze meedelen.

§ 2. Alle kennisgevingen krachtens deze overeenkomst geschieden geldig bij aangetekende brief of bij deurwaardersexploot aan het gekozen adres.


ARTIKEL 22. UITDRUKKELIJK ONTBINDEND BEDING

Deze overeenkomst wordt van rechtswege, onmiddellijk en zonder tussenkomst van de rechter ontbonden, na een ingebrekestelling die vijftien dagen zonder gevolg is gebleven, indien:

  • de Huurder zijn verplichting tot betaling van de huur en de lasten niet nakomt;
  • de Huurder zijn verzekeringsverplichtingen niet nakomt;
  • de Huurder zijn waarborgverplichtingen niet nakomt;
  • de Huurder zijn verplichting tot vreedzaam gebruik van het Goed niet nakomt en dit aanleiding geeft tot een in kracht van gewijsde gegaan vonnis wegens burenhinder.

Het inroepen van dit beding doet geen afbreuk aan het recht van de Verhuurder op vergoeding van de geleden schade.


ARTIKEL 23. GEGEVENSBESCHERMING

De Partijen verwerken elkaars persoonsgegevens uitsluitend met het oog op de uitvoering en de opvolging van deze overeenkomst, overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 (AVG) en de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens. De gegevens worden niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de uitvoering van de overeenkomst en de naleving van de wettelijke bewaartermijnen. Elke betrokkene kan zijn wettelijke rechten op inzage, verbetering en wissing uitoefenen door schriftelijk verzoek aan de andere Partij.


ARTIKEL 24. ALGEMENE BEPALINGEN

§ 1. Deze overeenkomst vervangt alle voorgaande mondelinge of schriftelijke afspraken tussen de Partijen met betrekking tot het voorwerp ervan.

§ 2. Elke wijziging van deze overeenkomst dient schriftelijk te geschieden en door beide Partijen te worden ondertekend.

§ 3. De nietigheid of niet-afdwingbaarheid van een beding tast de geldigheid van de overige bepalingen niet aan. De Partijen verbinden zich ertoe een nietig beding te vervangen door een geldig beding dat de oorspronkelijke bedoeling zo dicht mogelijk benadert.

§ 4. Het niet of laattijdig uitoefenen van een recht door een Partij houdt geen verzaking aan dat recht in.


ARTIKEL 25. BIJLAGEN

Aan deze overeenkomst worden gehecht en maken er integraal deel van uit:

  • de plaatsbeschrijving, eenmaal opgesteld;
  • ________.


ARTIKEL 26. TOEPASSELIJK RECHT EN GESCHILLENBESLECHTING

§ 1. Deze overeenkomst wordt beheerst door het Belgische recht.

§ 2. Elk geschil met betrekking tot deze overeenkomst behoort tot de uitsluitende bevoegdheid van de rechtbanken van het gerechtelijk arrondissement waar het Goed gelegen is, onverminderd de bijzondere bevoegdheidsregels van het Gerechtelijk Wetboek inzake handelshuur.

§ 3. De Partijen kunnen overeenkomen om, na het ontstaan van een geschil, dit voor te leggen aan bemiddeling of arbitrage.


Gedaan te ________, op ________, in evenveel originele exemplaren als er Partijen met een onderscheiden belang zijn, vermeerderd met de exemplaren die voor de registratie vereist zijn, waarbij elke Partij erkent haar exemplaar te hebben ontvangen.


Handtekeningen, voorafgegaan door de eigenhandig geschreven vermelding "Gelezen en goedgekeurd":


De Verhuurder:




___________________________
________


De Huurder:

Voor ________:




___________________________
________

Fields you complete are inserted into the document live. This template is general guidance only — not legal advice.