Samenlevingscontract - model, voorbeeldformulier Pro · NL-law
✓ Valid in Netherlands · drafted to comply with local law
Create your Samenlevingscontract - model, voorbeeldformulier for use in Netherlands. Answer a few plain-English questions and the document fills in automatically as you go — then download it in Word and PDF, ready to sign or share. This version has been professionally rewritten to comply with local law.
- Answer 25 simple questions — the document fills in as you go
- Live preview: watch your document update in real time
- Download as Word (.docx) and PDF
- Edit your answers and re-download anytime
Fill in the details
0/25Type below — the document on the right updates as you go.
SAMENLEVINGSOVEREENKOMST
DE ONDERGETEKENDEN:
1. ________, geboren op ________ te ________, van nationaliteit ________, burgerservicenummer ________, wonende te ________;
hierna "Partij 1";
en
2. ________, geboren op ________ te ________, van nationaliteit ________, burgerservicenummer ________, wonende te ________;
hierna "Partij 2";
hierna gezamenlijk "de Partijen" en ieder afzonderlijk "Partij";
IN AANMERKING NEMENDE DAT:
a. de Partijen geen huwelijk en geen geregistreerd partnerschap met elkaar of met een derde zijn aangegaan en daartegen geen wettelijk beletsel bestaat;
b. de Partijen sinds ________ met elkaar samenwonen in de huurwoning aan het adres ________;
c. de Partijen sinds genoemde datum een gemeenschappelijke huishouding voeren en een duurzame affectieve relatie met elkaar hebben;
d. de Partijen de vermogensrechtelijke en overige gevolgen van hun samenleving in deze overeenkomst wensen vast te leggen, zonder dat hierdoor een gemeenschap van goederen in de zin van titel 7 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek ontstaat, anders dan uitdrukkelijk in deze overeenkomst is bepaald;
VERKLAREN TE ZIJN OVEREENGEKOMEN ALS VOLGT:
Artikel 1 – Aanvang en duur
1. Deze overeenkomst vangt aan op ________ en wordt aangegaan voor de duur dat de Partijen met elkaar samenwonen.
2. De overeenkomst eindigt van rechtswege indien de Partijen niet langer een gemeenschappelijke huishouding voeren, alsmede door het overlijden van één der Partijen of door het aangaan van een huwelijk of geregistreerd partnerschap tussen de Partijen.
3. Bepalingen die naar hun aard bestemd zijn om ook na beëindiging van de samenleving voort te duren, blijven na het einde van de overeenkomst van kracht.
4. Indien de Partijen met elkaar in het huwelijk treden of een geregistreerd partnerschap aangaan, vervalt deze overeenkomst en gelden de tussen de Partijen overeengekomen huwelijkse voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden, dan wel bij gebreke daarvan het wettelijke stelsel als bedoeld in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 2 – Kosten van de gemeenschappelijke huishouding
1. Tot de kosten van de gemeenschappelijke huishouding worden gerekend de kosten die ten behoeve van de huishouding worden gemaakt, waaronder in ieder geval het volgende:
________
2. De omvang van deze kosten wordt op de volgende wijze bijgehouden:
________
3. De Partijen dragen de kosten van de gemeenschappelijke huishouding in de volgende verhouding bij: Partij 1 draagt ________ en Partij 2 draagt ________.
5. Kosten die niet tot de kosten van de gemeenschappelijke huishouding behoren, komen voor rekening van de Partij die deze maakt. Indien een Partij kosten heeft gedragen die voor rekening van de andere Partij komen, heeft zij het recht dit gedeelte van de andere Partij terug te vorderen.
6. Iedere vordering uit hoofde van dit artikel is terstond opeisbaar, voor zover de redelijkheid en billijkheid zich daartegen niet verzetten.
Artikel 3 – Gezamenlijke bankrekening
1. De Partijen houden ten behoeve van de kosten van de gemeenschappelijke huishouding een gezamenlijke bankrekening (en/of-rekening) op naam van beide Partijen.
2. Beide Partijen zijn gerechtigd over deze rekening te beschikken.
3. Iedere Partij stort haar aandeel in de kosten van de huishouding op deze rekening. De kosten van de gemeenschappelijke huishouding worden in beginsel ten laste van deze rekening voldaan.
Artikel 4 – Volmacht voor huishoudelijke rechtshandelingen
1. De Partijen verlenen elkaar over en weer volmacht tot het verrichten van rechtshandelingen ten behoeve van de gewone gang van de huishouding als bedoeld in artikel 2.
2. Rechtshandelingen die door één der Partijen ten behoeve van de gewone gang van de huishouding worden verricht, worden geacht mede namens de andere Partij te zijn verricht. De daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen komen beide Partijen gezamenlijk toe respectievelijk rusten op beide Partijen, voor zover de redelijkheid en billijkheid dit meebrengen.
Artikel 5 – Gemeenschappelijke inboedel en goederen
1. Onder inboedel wordt verstaan het geheel van tot stoffering en meubilering van een woning dienende roerende zaken, met uitzondering van boekerijen en verzamelingen.
2. De gemeenschappelijke inboedel van de woning behoort de Partijen ieder voor de helft in eenvoudige gemeenschap toe.
3. Beide Partijen hebben gelijke rechten om over de tot de gemeenschappelijke inboedel behorende zaken te beschikken.
4. Indien één der Partijen een aanschaffing ten behoeve van de gemeenschappelijke inboedel heeft gedaan, is de andere Partij de helft van het aankoopbedrag verschuldigd. Deze vordering is terstond opeisbaar.
5. Tot de gemeenschappelijke inboedel behorende zaken mogen niet zonder wederzijdse toestemming door één der Partijen worden verhuurd of vervreemd.
6. Het vorenstaande geldt behoudens de onderdelen van de inboedel die naar hun aard of naar redelijkheid uitsluitend aan één der Partijen toebehoren.
7. Roerende zaken die niet tot de inboedel behoren, maar door beide Partijen worden gebruikt en gezamenlijk zijn aangeschaft, worden als gemeenschappelijk eigendom beschouwd, tenzij de redelijkheid en billijkheid zich daartegen verzetten. De voorgaande leden zijn hierop van overeenkomstige toepassing.
8. Hieronder is een overzicht opgenomen van de roerende zaken die door één der Partijen zijn ingebracht en van de zaken die gezamenlijk zijn aangeschaft. De op deze lijst genoemde zaken blijven eigendom van de Partij die deze heeft ingebracht, dan wel van beide Partijen indien het gemeenschappelijk eigendom betreft. Dit betreft de volgende roerende zaken:
________
Artikel 6 – Bewijsvermoeden bij onzekerheid over eigendom
1. Indien tussen de Partijen onzekerheid bestaat aan wie van hen een bepaald goed in eigendom toebehoort en geen der Partijen haar eigendom kan bewijzen, wordt het goed geacht aan beide Partijen ieder voor de helft toe te behoren.
Artikel 7 – Medehuurderschap van de woning
1. De Partijen verbinden zich ertoe de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de woning waarin zij samenwonen zodanig te wijzigen dat beide Partijen huurder of medehuurder zijn, een en ander overeenkomstig de artikelen 7:266 en 7:267 van het Burgerlijk Wetboek.
2. Deze wijziging geschiedt in overleg met en onder voorbehoud van toestemming van de verhuurder, en wordt schriftelijk vastgelegd.
Artikel 8 – Schulden
1. Schulden die betrekking hebben op de in artikel 2 bedoelde kosten van de gemeenschappelijke huishouding worden als gemeenschappelijke schulden beschouwd en voldaan overeenkomstig de in artikel 2 bedoelde verdeling.
2. Schulden die geen betrekking hebben op de gemeenschappelijke huishouding worden als eigen schulden voldaan door de Partij die deze schulden is aangegaan, die de andere Partij ter zake vrijwaart.
Artikel 9 – Inbreng
1. Voor of bij aanvang van deze overeenkomst hebben de Partijen de volgende inbreng gedaan ten behoeve van de aan de samenleving verbonden kosten:
Partij 1 heeft een inbreng gedaan van € ________;
Partij 2 heeft een inbreng gedaan van € ________.
2. Bij beëindiging van de samenleving heeft iedere Partij het recht op terugbetaling van haar inbreng, voor zover deze nog aanwezig is en voor zover de redelijkheid en billijkheid zich daartegen niet verzetten.
Artikel 10 – Partnerpensioen
1. De Partijen wijzen elkaar over en weer aan als begunstigde voor een eventueel partnerpensioen dat is opgebouwd of zal worden opgebouwd bij de pensioenuitvoerder van de andere Partij.
2. Voor zover een pensioenregeling de aanmelding van de partner vereist, verrichten de Partijen de daartoe benodigde handelingen en melden zij elkaar bij de betrokken pensioenuitvoerder als partner aan. De Partijen verstrekken elkaar hiertoe alle benodigde gegevens.
3. De Partijen verklaren door ondertekening van deze overeenkomst dat zij een gezamenlijke huishouding voeren in de zin van de toepasselijke pensioenreglementen.
Artikel 11 – Overlijden
1. Indien de samenleving eindigt door het overlijden van één der Partijen, heeft de langstlevende Partij recht op hetgeen zij heeft ingebracht overeenkomstig artikel 9, alsmede op haar aandeel in de gezamenlijke rekening en de gemeenschappelijke inboedel en goederen.
3. De Partijen komen het navolgende verblijvingsbeding overeen: bij overlijden van één der Partijen verblijven alle gemeenschappelijke goederen aan de langstlevende Partij, mits beide Partijen op het tijdstip van overlijden nog samenwoonden, een en ander onder de verplichting de daarop rustende gemeenschappelijke schulden voor haar rekening te nemen.
Artikel 12 – Beëindiging van de samenleving anders dan door overlijden
1. Indien de Partijen gezamenlijk of op initiatief van één der Partijen besluiten de samenleving te beëindigen om welke reden dan ook, behoudens het overlijden van één der Partijen, gelden de navolgende bepalingen van dit artikel.
2. Iedere Partij heeft recht op hetgeen zij heeft ingebracht overeenkomstig artikel 9.
3. Het saldo van de gezamenlijke rekening wordt overeenkomstig de inbreng en naar redelijkheid en billijkheid tussen de Partijen verdeeld.
4. De gemeenschappelijke inboedel en goederen worden overeenkomstig de inbreng en naar redelijkheid en billijkheid tussen de Partijen verdeeld.
5. Het deel van de goederen dat in eigendom toebehoort aan één der Partijen valt buiten de te verdelen inboedel en goederen.
6. Indien de verdeling tot overbedeling van één der Partijen leidt, is deze Partij aan de onderbedeelde Partij een vergoeding ter zake van de overbedeling verschuldigd. Deze vergoeding is terstond opeisbaar.
7. Indien de Partijen besluiten de gemeenschappelijke inboedel en goederen te verkopen, wordt de opbrengst overeenkomstig de inbreng en naar redelijkheid en billijkheid tussen de Partijen verdeeld. De waarde wordt in onderling overleg bepaald.
8. Indien de Partijen geen overeenstemming bereiken over de waarde, wordt een door beide Partijen aan te wijzen onafhankelijke deskundige ingeschakeld om de waarde bindend vast te stellen. De Partijen kunnen van dit oordeel uitsluitend met wederzijds goedvinden afwijken.
9. De Partijen besluiten in overleg, dan wel met tussenkomst van een onpartijdige derde, welke Partij gerechtigd is in de huurwoning te blijven wonen en de bijbehorende huurdersverplichtingen volledig zal dragen. Dit geschiedt in overleg met de verhuurder en wordt schriftelijk in de huurovereenkomst gewijzigd.
10. De Partijen verbinden zich ertoe bij beëindiging van de samenleving in redelijk overleg, eventueel met behulp van een mediator, tot een afwikkeling te komen.
Artikel 13 – Verwerking van persoonsgegevens
1. De Partijen verstrekken elkaar de persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze overeenkomst, waaronder gegevens ten behoeve van de aanmelding bij pensioenuitvoerders. De Partijen verwerken deze gegevens uitsluitend voor zover dit noodzakelijk is en in overeenstemming met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
Artikel 14 – Volledigheid van de overeenkomst
1. Deze overeenkomst vervangt alle eerdere afspraken en overeenkomsten tussen de Partijen met betrekking tot de hierin geregelde onderwerpen.
2. Eerder gemaakte afspraken die in strijd zijn met de bepalingen van deze overeenkomst zijn niet langer van kracht.
Artikel 15 – Wijzigingen
1. Iedere aanvulling op of wijziging van deze overeenkomst dient schriftelijk en in onderling overleg tussen de Partijen plaats te vinden.
2. Beide Partijen dienen met de gewijzigde bepalingen door middel van ondertekening in te stemmen.
Artikel 16 – Geen afstand van recht
1. Het niet of niet tijdig afdwingen van de naleving van een bepaling van deze overeenkomst houdt geen afstand van recht in. De betreffende bepaling blijft onverkort van toepassing.
Artikel 17 – Nietigheid en conversie
1. Indien een bepaling van deze overeenkomst nietig is of vernietigd wordt, blijven de overige bepalingen onverkort van kracht. De Partijen treden in dat geval in overleg teneinde de nietige of vernietigde bepaling te vervangen door een geldige bepaling die de strekking van de oorspronkelijke bepaling zoveel mogelijk benadert.
Artikel 18 – Toepasselijk recht en geschillen
1. Op deze overeenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.
2. Geschillen die uit deze overeenkomst voortvloeien worden, na een poging tot minnelijke oplossing of mediation, voorgelegd aan de bevoegde rechter van de rechtbank ________.
Artikel 19 – Ondertekening
1. Aldus overeengekomen en in tweevoud opgemaakt en ondertekend te ________ op ________.
Partij 1
________
Datum van ondertekening:
Plaats van ondertekening:
_________________________
Partij 2
________
Datum van ondertekening:
Plaats van ondertekening:
_________________________
Fields you complete are inserted into the document live. This template is general guidance only — not legal advice.